Filosofie

 

Start
Circulatieminivolleybal
Clinics en bijscholing
Toernooi
Shop, volleybalnederland
Filosofie
Organisatie
Pedagogiek
Didactiek
Methodieken
Niveaus
Nieuws
Oefenstof
Spelvormen
Spelregels
Tips van Adrie
Vraag het Adrie
Recensies
Gastenboek
Fotocollage
Bestelling-Aanvraag
Links

 

Professionalisering.

Volleybal moet concurreren met andere vrijetijdsbestedingen, zoals bijvoorbeeld dansscholen, fitness-scholen, tennisscholen, muziekscholen en zwemonderwijs. Wat opvalt is dat deze takken van vrijetijdsbesteding met professionele krachten werken en daarom vaak een constante kwaliteitseis kunnen waarborgen. Bij volleybal echter is het een komen en gaan van trainers, omdat er bij de meeste clubs geen beroepsperspectief is, meestal ben je afhankelijk van de willekeur van vrijwilligers, die naast hun werk wat voor de club willen doen. 

Wil de NeVoBo een move maken is het volgens mij een must met semi-professionals te beginnen. De trainersopleiding zal dan wel moeten veranderen, de professional in spé zal namelijk polyvalent moeten zijn, dat wil zeggen hij zal op alle niveaus  training moeten kunnen geven, om  zo voldoende uren te kunnen maken. Bijvoorbeeld trainen van circulatieteams, miniteams, junioren en seniorenteams. Dit in tegenstelling wat men nu vaak ziet dat trainers een "veilige haven" zoeken en dan jaren hetzelfde niveau blijven trainen. 

Vroeger had men bij de CIOS - opleiding nog differentiatie en specialisatie. Maar doordat er geen beroepsperspectief was, werd deze richting niet meer aangeraden. Volgens mij moeten vooral de professional een rol krijgen als hoofd-opleidingen, waar hij/zij naast het trainen van diverse teams ook de ongediplomeerde trainers aanstuurt binnen die vereniging. Daarnaast zou er voor deze professional nog een taak liggen. Het hele vrijwilligersbeleid aansturen, commissies op peil houden, kennisoverdracht realiseren, enzovoort. De NeVoBo zou dit moeten herkennen en er hun cursuswezen meer op af moeten stemmen, zo zij dit al niet doen.

Jeugdteam Flamingo's

Eigenlijk moet er bij elke vereniging een persoon zijn die het lange-termijn denken bewaakt. Natuurlijk zal dit moeilijker gaan bij kleine clubs, maar ook hier zouden de verantwoordelijken een oplossing kunnen bedenken. Tennisscholen, bijvoorbeeld, werken met een soort uitzendbureau waar kleine clubs hun trainer hunnen huren. 

Het mes zou aan twee kanten snijden, de clubs hebben een capabele trainer. De NeVoBo zou de trainers volgens hun leerprincipes kunnen aansturen zodat het opleidingsniveau hoog blijft en het instroomniveau naar de volleybalschool stijgt. In de praktijk ken ik alleen voorbeelden van Sudosa Assen en Flamingo's Gennep . Is het toeval dat deze clubs al jaren structureel goed opleiden? 

Natuurlijk hoor ik de criticasters al roepen: dat wordt veel te duur! Waarom wordt er bij de hier bovengenoemde vrijetijdsbestedingen dan het dubbele betaald aan wat zij aan volleybal kwijt zijn zouden zijn? Onderzoek door NOC/NSF heeft aangetoond dat mensen meer willen betalen voor een beter product. Bij mijn huidige club is de contributie gemiddeld 300 Euro. Dit is nooit een punt geweest, na contributieverhoging steeg het leden aantal van 90 naar 380.

Het is mijn stellige overtuiging: dat wij een goed product in de markt moeten zetten en dat product moeten verkopen. Net zoals andere commerciële instanties moeten we een productmix aanbieden, die aanslaat (inspelen op de vraag). Kansen te over: dagrecreatie (50-plussers, de groeimarkt van de toekomst), buitenschoolse opvang ,circulatievolleybal, minivolleybal,beachvolley, flexvolley,zitvolley,recreantenvolley, waarschijnlijk heeft u ook nog ideeën te over. 

De professional dient de spil in de vereniging te zijn. Maar alleen kan ook hij niets. Met de hulp van vele vrijwilligers moet het lukken.

Opleidingscultuur door Adrie Noij 19 juni 2003
Laatst hoorde ik een paar collega's zeggen:Het oosten van het land heeft een opleidingscultuur! Tachtig procent van alle teams in de eindronde van de open clubkampioenschappen kwamen namelijk uit het oosten van Nederland. Zo hoor je ook vaak zeggen :,,Die vereniging heeft geen opleidingscultuur".  Je zou je ook de vraag kunnen stellen: 
Hoe ontstaat een opleidingscultuur? 
Volgens mij is er sprake van een opleidingscultuur, als je met een grote regelmaat zelf spelers opleidt. Dit moet dan dus structureel gebeuren. Om dit te realiseren moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Op de eerste plaats moet je natuurlijk een trainer zien te krijgen die technisch en pedagogisch goed onderlegd moet zijn. Wanneer je die trainer eenmaal hebt, is het belangrijk, dat er kennisoverdracht plaats vindt, de hele vereniging moet er van mee kunnen profiteren. Daarnaast moet het bestuur er voor zorgen, dat er voldoende budget gecreëerd wordt. Je moet zo'n trainer goed betalen. Vaak is het voor trainers interessanter om het eerste team te trainen. Het zou normaal moeten zijn, dat je veel in de jeugd investeert, want dat is je toekomst.  Voor vele verenigingen geldt dat en deze verenigingen hebben dan al jaren een goed jeugdplan. Vaak zie je resultaten als hetzelfde team van trainers zich voor langere tijd aan een vereniging bindt. Ze hoeven daardoor het wiel niet telkens opnieuw uit te vinden. Ze kunnen de resultaten van het vorige seizoen analyseren en waar nodig aanpassingen maken aan het programma.

Soms slaat die opleidingscultuur over in de regio. Vaak begint het met één vereniging die hierin een voorbeeldrol vervult. Omdat men de boot niet wil missen of ook omdat men het beter wil doen, wordt die succesformule van die ene vereniging dan gekopieerd. Dit is de kortste en beste weg. In mijn eigen regio zie ik, met veel plezier, ook zoiets ontstaan.  Het wordt norm om goed op te leiden.

Als de toonaangevende vereniging op niveau 3 twee maal in de week gaat trainen, dan volgt de rest met enige vertraging. Als deze vereniging met een bewezen plan werkt, dan wil iedereen met zo'n plan gaan werken. Als deze vereniging met een semi-professionele kracht werkt, wil men dit bij andere verenigingen ook. Via ouderbijeenkomsten worden plannen gepresenteerd, omdat die plannen voor de ouders een fikse contributieverhoging betekenen en zij overtuigd moeten worden van het nut van de contributieverhoging, namelijk een verhoogde kwaliteit. Meer trainingsuren brengt ook met zich mee, dat er meer contributie moet worden betaald, dit naast de verhoging voor het inzetten van een betere, professionele,  trainer.

In onze regio ontstaat langzaam maar zeker een tweedeling. Zij die kwaliteit nastreven en zij die het niet meer kunnen/willen bijbenen. De laatste groep laat alles bij het oude. Gelukkig kiezen de meeste verenigingen voor kwaliteit en ontstaat er langzaam maar zeker een opleidingscultuur in onze regio.

Een vijftal professionele trainers hebben zich over alle verenigingen verdeeld en brengen veel expertise in en ontwikkelen het vrijwillig kader. Zo groeide het aantal miniteams van 90 naar 360!

De trainers deelden hun kennis en de regio floreert!

Start | Circulatieminivolleybal | Clinics en bijscholing | Toernooi | Shop, volleybalnederland | Filosofie | Organisatie | Pedagogiek | Didactiek | Methodieken | Niveaus | Nieuws | Oefenstof | Spelvormen | Spelregels | Tips van Adrie | Vraag het Adrie | Recensies | Gastenboek | Fotocollage | Bestelling-Aanvraag | Links

Adrie Noy, Bosrank 20, 5432 HD Cuijk
telefoon 0031 485 315236 of 0623236540, fax 0031 485 315236
    email 
   adrienoy@hotmail.com

© Webdesign L. Noy