Didactiek

 

Start
Circulatieminivolleybal
Clinics en bijscholing
Toernooi
Shop, volleybalnederland
Filosofie
Organisatie
Pedagogiek
Didactiek
Methodieken
Niveaus
Nieuws
Oefenstof
Spelvormen
Spelregels
Tips van Adrie
Vraag het Adrie
Recensies
Gastenboek
Fotocollage
Bestelling-Aanvraag
Links

 

Didactische aanwijzingen:

  • Leerfase: rustig tempo, kinderen niet te moe laten worden. Ze moeten kunnen denken!

  • Geef opdrachten zoals: Maak een x aantal mooie................
                                                         
    = perfecte techniekoefening.

  • Of wie heeft het eerst een x aantal ...................
                                                         
    = wedstrijdvorm.

  • Geef steeds één aandachtspunt tegelijk.
                                                         
    = aanleren / verbeteren / scholing.

  • Praatje---plaatje---daadje.
                                                         
    = voordoen / nadoen.

  • Geef kinderen steeds een uitdaging.
                                                         
    = wedstrijd, nieuwe techniek, samenspel.

Meest voorkomende fouten bij beginners

  • Niveau 1.

Er wordt gelopen met de bal

Oplossing: Waar je vangt gooi je.

  • Niveau 2.

Er wordt te snel begonnen met de volleybaleigen worpen.

Oplossing: Kies voor goede periodisering . Welke opdracht is haalbaar?

Volgorde: onderhandse serve, algemene balvaardigheid in tweede seizoenhelft over laten gaan in volleybaleigen bewegingen; alles ondersteund met een goed basis programma.  De swingworp is nog erg moeilijk.

  • Niveau 3.

Er wordt vanuit de nek gegooid.

Oplossing: Op niveau 3 moet men in staat zijn alleen met volleybaleigen worpen te spelen. De meeste trainers hebben problemen met het aanleren van de swing-techniek. (zie technische beschrijving)

  • Niveau 4.

Bal wordt gevangen, kinderen draaien zich om en gooien.

Balcontact is te lang.

Het gooien vanuit een hoek is onbekend.

Oplossing: De bal wordt niet achterovergegooid.

In het begin van het seizoen valt het niet mee om de bal in een vloeiende beweging te spelen; er moeten immers meerdere nieuwe technieken geoefend worden (bovenhands). De seizoensvoorbereiding is te kort (5, 6 weken) Daarom is het raadzaam in de laatste periode van niveau 3 hier mee te beginnen. Het uitstappen (met je rechter voet als je naar rechts gooit) is nog onbekend.

Het balcontact is vaak te lang omdat er onvoldoende verschil wordt gemaakt tussen het vangen van de bal voor en boven het lichaam.

  • Niveau 5.

Bij niveau 5 wordt pass-rechts gespeeld.

Spel valt vaak stil.

Oplossing: Doordat er pass-rechts gespeeld wordt kan het achteroverspelen niet geoefend worden.

Doordat er op de eerste 4  niveau’s weinig aandacht is besteed aan de technische uitvoering komt men nu in de problemen. Laat - laatinstromers - een niveau lager beginnen. Volleybal is een technische sport; het is raadzaam vanaf niveau 3 2 maal per week te trainen.

  • Niveau 6.

Onnodig veel servefouten

Oplossing: Bal wordt bij het bovenhands-serveren niet in een vast ritme opgegooid. Gezien de geringe kracht is het raadzaam vaak met 2 of 3 passen  voorwaarts uit te stappen.

Vaardigheidsniveaus beoordelen is te moeilijk!

Onlangs sprak ik tijdens de halve finale van de Open Clubkampioenschappen Peter Luipers de competitieleider van Zuid-Nederland. Hij was verbolgen over het feit dat de teams zo slecht ingedeeld werden.

Wat is er aan hand? De regio hadden de opdracht gekregen hun teams per niveau in te delen in een klasse HOOG of LAAG. Aan het einde van het seizoen zouden de kampioenen van HOOG en LAAG strijden wie er aan de Nederlandse kampioenschappen meer mochten doen. Tot zijn verbazing was het 4 maal een ploeg uit de poule LAAG die won.

Trotse winnaar voelde zich de coach van Polaris op niveau 4 al waren zijn kinderen al 13 jaar. Teleurgesteld waren spelers en ouders die aan de reglementaire leeftijden hadden voldaan.

Je kunt je dus de vraag stellen zijn coaches vaardig genoeg hun teams in de juiste niveaus in te laten stromen? De Nevobo ambieert het spelen op vaardigheidsniveaus immers. Vanaf seizoen 2006-2007 mogen kinderen maar een niveau lager ingedeeld worden ! Veelal worden mini’s getraind door ouders en beginnende trainers die het perspectief van de kinderen moeilijk kunnen inschatten. Het beginpunt is al moeilijk, moeten we daar vanuit gaan of van de progressie die de kinderen in het seizoen gaan maken.

Je hebt  kinderen die een maal in de week een uur trainen onder leiding van een vrijwilliger,en je hebt kinderen die twee maal 1,5 uur trainen o.l.v. een professional.

Verder brengt elk kind zijn eigen aanleg en motivatie in.

Bij de indelers heb je ouders wiens ambitie verder reiken dan het talent van hun kinderen, deze kinderen worden dan ook altijd te hoog ingedeeld. Deel kinderen niet onnodig hoog in het gaat om hun ontwikkeling! Bij mini's betekent dit de bal zolang mogelijk in leven houden.

Dan heb je de categorie die altijd wil winnen en daarom te laag ingedeeld.

Elk jaar stroomt er 50% nieuwe trainers in die geen maatstaf hebben.

Kleine verenigingen hebben vaak teams met groot leeftijdsverschil.

Als je als 13 jarige maar niveau 4 gespeeld hebt en je moet door naar de C jeugd heb je te weinig vaardigheden geleerd.

Als je coaches moet aanspreken op hun indeling tijdens het seizoen ben je te laat..

DE PRAKTIJK HEEFT BEWEZEN DAT COACHES NIET IN STAAT ZIJN DIT IN GOEDE BANEN TE LEIDEN. HET ZAL NIET MEEVALLEN HIER EEN EENDUIDIGE OPLOSSING VOOR TE VINDEN.

In onze regio zijn wij na 8 jaar stoeien tot de volgende regeling gekomen:

De niveaus 1,2,3 zijn instroomniveaus, er worden losse toernooien gehouden, elk kind kan meteen meedoen. Door de toernooien wat later te laten beginnen (november) kan eenieder zich voldoende inspelen en krijgen de verenigingen de kans hun teams te formeren. Aan het einde van het seizoen moet bijna elk kind op zijn leeftijdsniveau kunnen spelen. Er worden dus geen competitiestanden bijgehouden.

De niveaus 4,5,6.

Er is maar een objectieve standaard die bepaald wat je niveau is t.o.v. anderen dat is spelen tegen elkaar. We houden tot december dus z.g inspeeltoernooien.

Er wordt tegen willekeurige teams gespeeld, voor elke gewonnen set krijg je twee punten, voor een gelijkspel een punt. In december begint de officiële competitie en wordt er een A en B poule gemaakt. Dus iedereen speelt op zijn niveau en krijgen de sterke en goede teams een spannende competitie met gelijkwaardige tegenstanders. Er is dus voor iedereen succesbeleving.

Het hoogst eindigende reglementaire team mag aan de NK meedoen. Is dit probleem ook opgelost. (Persoonlijk streef ik erna een spelers ten hoogste een klasse lager of hoger te laten spelen om sociaal-emotionele gronden)

Door deze benadering ontstaat er meer eenduidigheid en structuur.

Start | Circulatieminivolleybal | Clinics en bijscholing | Toernooi | Shop, volleybalnederland | Filosofie | Organisatie | Pedagogiek | Didactiek | Methodieken | Niveaus | Nieuws | Oefenstof | Spelvormen | Spelregels | Tips van Adrie | Vraag het Adrie | Recensies | Gastenboek | Fotocollage | Bestelling-Aanvraag | Links

Adrie Noy, Bosrank 20, 5432 HD Cuijk
telefoon 0031 485 315236    email 
   adrienoy@hotmail.com

© Webdesign L. Noy