Vaardigheidsniveaus
beoordelen is te moeilijk!
Onlangs sprak ik
tijdens de halve finale van de Open Clubkampioenschappen Peter Luipers de
competitieleider van Zuid-Nederland. Hij was verbolgen over het feit dat de
teams zo slecht ingedeeld werden.
Wat is er aan hand? De
regio hadden de opdracht gekregen hun teams per niveau in te delen in een klasse
HOOG of LAAG. Aan het einde van het seizoen zouden de kampioenen van HOOG en
LAAG strijden wie er aan de Nederlandse kampioenschappen meer mochten doen. Tot
zijn verbazing was het 4 maal een ploeg uit de poule LAAG die won.
Trotse winnaar voelde
zich de coach van Polaris op niveau 4 al waren zijn kinderen al 13 jaar.
Teleurgesteld waren spelers en ouders die aan de reglementaire leeftijden hadden
voldaan.
Je kunt je dus de vraag
stellen zijn coaches vaardig genoeg hun teams in de juiste niveaus in te laten
stromen? De Nevobo ambieert het spelen op vaardigheidsniveaus immers. Vanaf
seizoen 2006-2007 mogen kinderen maar een niveau lager ingedeeld worden ! Veelal worden mini’s
getraind door ouders en beginnende trainers die het perspectief van de kinderen
moeilijk kunnen inschatten. Het beginpunt is al moeilijk, moeten we daar vanuit
gaan of van de progressie die de kinderen in het seizoen gaan maken.
Je hebt kinderen
die een maal in de week een uur trainen onder leiding van een vrijwilliger,en je
hebt kinderen die twee maal 1,5 uur trainen o.l.v. een professional.
Verder brengt elk kind
zijn eigen aanleg en motivatie in.
Bij de indelers heb je
ouders wiens ambitie verder reiken dan het talent van hun kinderen, deze kinderen
worden dan ook altijd te hoog ingedeeld.
Deel kinderen niet onnodig
hoog in het gaat om hun ontwikkeling! Bij mini's betekent dit de bal zolang
mogelijk in leven houden.
Dan heb je de categorie
die altijd wil winnen en daarom te laag ingedeeld.
Elk jaar stroomt er 50%
nieuwe trainers in die geen maatstaf hebben.
Kleine verenigingen
hebben vaak teams met groot leeftijdsverschil.
Als je als 13 jarige
maar niveau 4 gespeeld hebt en je moet door naar de C jeugd heb je te weinig
vaardigheden geleerd.
Als je coaches moet
aanspreken op hun indeling tijdens het seizoen ben je te laat..
DE PRAKTIJK HEEFT BEWEZEN
DAT COACHES NIET IN STAAT ZIJN DIT IN GOEDE BANEN TE LEIDEN. HET ZAL NIET
MEEVALLEN HIER EEN EENDUIDIGE OPLOSSING VOOR TE VINDEN.
In onze regio zijn wij
na 8 jaar stoeien tot de volgende regeling gekomen:
De niveaus 1,2,3 zijn
instroomniveaus, er worden losse toernooien gehouden, elk kind kan meteen
meedoen. Door de toernooien wat later te laten beginnen (november) kan eenieder
zich voldoende inspelen en krijgen de verenigingen de kans hun teams te
formeren. Aan het einde van het seizoen moet bijna elk kind op zijn
leeftijdsniveau kunnen spelen. Er worden dus geen
competitiestanden bijgehouden.
De niveaus 4,5,6.
Er is maar een
objectieve standaard die bepaald wat je niveau is t.o.v. anderen dat is spelen
tegen elkaar. We houden tot december dus z.g inspeeltoernooien.
Er wordt tegen
willekeurige teams gespeeld, voor elke gewonnen set krijg je twee punten, voor
een gelijkspel een punt. In december begint de officiële competitie en wordt er
een A en B poule gemaakt. Dus iedereen speelt op zijn niveau en krijgen de
sterke en goede teams een spannende competitie met gelijkwaardige
tegenstanders. Er is dus voor iedereen succesbeleving.
Het hoogst eindigende
reglementaire team mag aan de NK meedoen. Is dit probleem ook opgelost.
(Persoonlijk streef ik erna een spelers ten hoogste een klasse lager of hoger te
laten spelen om sociaal-emotionele gronden)
Door deze benadering
ontstaat er meer eenduidigheid en structuur.