Methodiek bovenhandse techniek
van niveau 1 tot en met 6
| Stap 1 |
Veelzijdig gooien |
niveau 1 |
| Stap 2 |
Volleybaleigen gooien : dus stoten |
niveau 2,3 |
| Stap 3 |
Frontaal spelen |
niveau 4 |
| Stap 4 |
Scherpe hoek spelen |
niveau 456 |
| Stap 5 |
Rechte hoek spelen |
niveau 4,5,6 |
| Stap 6 |
Achterover spelen |
niveau 5,6 |
| Stap 7 |
Met één hand spelen (de tip-bal) |
niveau 6 |
| Nadat de
technieken goed zijn aangeleerd vervolgen we de methodiek met: |
| Stap 8 |
Balbehandeling + verplaatsen |
|
| Stap 9 |
Balbehandeling+ verplaatsen + richten |
|
9 keys voor bovenhands
Zoals Adrie die toepast op de training
Amerikaans onderzoek wijst uit dat trainers die de meest
gedifferentieerde
informatie geven de beste resultaten bereiken. Adrie werkt met 9 key-words
voor het aanleren van bovenhands. (Een key-word geeft een gedeelte van de
totaalbeweging weer,ook kun je via de key-words simpel fouten analyseren)
(Klik op de foto voor een grotere weergave van de
key.)
Driehoek.
In je handen zit een open driehoek
Gelijktijdig.
Je armen en benen strekken zich gelijktijdig.
Voor en boven.
De bal wordt altijd voor
je voorhoofd en boven je hoofd gespeeld.
Kommetje
Met je handen vorm je als het ware een rond
kommetje.
Nawijzen
Na het spelen wijzen de handen de bal na.
Neus
Vlak voor het spelen wijzen je duimen naar je
neus, na het spelen
wijzen de duimen naar elkaar.
Schrede
Om goed in balans te staan is het belangrijk in
schrede te staan,
het maakt niet uit welke voet voor staat.
Spreid
Op het moment van wegspelen spreiden de vingers
zich en breng je
spanning in je handen.
Strek
Op het moment van wegspelen moet je beide armen
strekken. |