Spelregels

 

Start
Circulatieminivolleybal
Clinics en bijscholing
Toernooi
Shop, volleybalnederland
Filosofie
Organisatie
Pedagogiek
Didactiek
Methodieken
Niveaus
Nieuws
Oefenstof
Spelvormen
Spelregels
Tips van Adrie
Vraag het Adrie
Recensies
Gastenboek
Fotocollage
Bestelling-Aanvraag
Links

 

Spelregels Circulatieminivolleybal Nevobo
klik aan voor nieuwe spelregels 2007-2010

Nevobo verandert een aantal spelregels m.i.v. 2007.

Hier volgen de belangrijkste wijzigingen:

Niveau 2:

  • Er mag onderarms gespeeld worden – minstens een baldikte – je vangt je eigen opgespeelde bal op - iedereen langs de lijn mag terug in het veld. (dat wordt kicken!)

 Reactie: Kinderen kunnen nu vroeger beginnen met onderarms toetsen als voortraject op niveau 3 waar zelden onderarms getoetst werd. Toch is onderarms toetsen nog moeilijk in het begin van het seizoen. Zaak is vooral veel aandacht te besteden aan algemene balvaardigheid. Hoe beter de balvaardigheid is hoe makkelijker het onderarms toetsen zal lukken. Wanneer het lukt (onderarms spelen en vangen) is het wel een geweldig moment van succesbeleving!

 Niveau 3:

  • Er moet verplicht onderarms gespeeld worden.

 Reactie: Op niveau 3 werd te weinig onderarms gespeeld, kinderen kozen voor veilig, waren bang voor een onderarmse fout. Dit werd een slecht voortraject voor niveau 4. In het jaar  van niveau 4 moest vaak te veel gedaan worden omdat het onderarms spelen op niveau 3 onderbelicht werd.

Het verplichtend karakter moet hier een einde aan maken.

 Niveau 4:

  • De vanggooibeweging moet vloeiender en sneller om tempo meer in de wedstrijd te houden.

 Reactie: De bal werd vaak gevangen er werd omgedraaid en dan pas gegooid. Ook werd er helaas vaak met de bal gelopen. De bal vangen en omdraaien zal ook afgefloten worden. De vanggooibeweging mag nog 2 tellen duren. ( De bal naar onder drukken en weer weggooien).

We onderscheiden 3 vanggooibewegingen: voorwaarts, uit hoeken, en  achterover.

 Niveau 5:

  • Het in drieën spelen van de bal moet meer beloond worden!

 Reactie: Wanneer je de bal in drieën speelt krijg je een bonuspunt. Nu moet je niet denken dat alle teams ineens in drieën gaan spelen. Je speelt in drieën omdat je het technisch kunt en wanneer de coach het stimuleert. Wanneer je na drie keer spelen scoort krijg je dus 2 punten. Bij minivolley gaat ontwikkelen voor winnen al zal niet ieder het daar mee eens zijn! Het ontwikkelen ( extra punten) zal nu meer de overhand krijgen.

  •  Meer leeftijd gerelateerd, je mag nog een jaar slepen.

 Reactie: Helaas kwam het te vaak voor dat kinderen te laag ingedeeld werden, dit werd vooral door jongere kinderen(en coaches) als oneerlijk ervaren. Ook kwam het voor dat er op NK’s kinderen van niveau 6 leeftijd kampioen werden op niveau 4. Dit kan natuurlijk niet ! Kinderen willen ook weer niet te laag ingedeeld worden (sociaal-emotionele problemen, kind voelt zich te groot), vandaar maar 1 jaar verschil. Ook moet je minimale vaardigheden hebben om een C niveau te spelen, dit kan niet als je te laag ingedeeld bent ! Kinderen die ouder zijn (en dus sterker) zijn leren sneller.

  •  Indelen op juiste niveau blijft moeilijk.

Reactie; Wat maakt het indelen nu zo moeilijk ? Je moet de ontwikkeling inschatten die het kind in het komend seizoen zal gaan maken. Het niveau waar je in het begin van het seizoen mee start moet je op het einde van het seizoen leuk kunnen spelen. Dwz er moet spel ontstaan, we moeten de bal in leven kunnen houden, dus rally's moeten er komen. De vraag die we ons steeds moeten stellen is: Slagen we erin de vaardigheden die voor dit niveau staan te leren in een trainingsjaar ? 

  • Kunnen we nu enkele stelregels formuleren voor een uniforme indeling ?
  • Hoe ontstaan nu die grote individuele verschillen ?

Grote individuele verschillen ontstaan door aanleg (goede motoriek)

Het later instromen van kinderen. (Alhoewel de meeste kinderen op niveau 1, 2 en 3 binnenkomen)

Het meer trainen van bepaalde clubs (Het is wenselijk vanaf niveau 3, 4 twee maal in de week te trainen bij zo’n technische sport)

Het niveau van de trainer; sommige kinderen hebben een vrijwilliger die 1 uur traint. Andere kinderen hebben een professionele trainer die twee maal 1,5 uur traint.

  •  Zelf gebruik ik de volgende stelregel:

 Ik zie de eerste 3 niveaus als startniveaus, in het seizoen dat de speler/speelster 7 jaar wordt, wordt op niveau 1 ingedeeld, wordt  hij/zij 8 jaar op niveau 2 en als hij/zij 9 jaar wordt, wordt deze op niveau 3 ingedeeld.

Voor de eerste 2 niveaus geeft het geen problemen, maar op niveau 3 wordt het al technischer.

Wanneer het vanaf niveau 3 niet echt lukt laat ik de kinderen een niveautje achtervolgen, het 3 niveau dus een jaar overdoen. Wanneer je maar een jaar sleept kun je ook nog aanhaken op C niveau als je 12 bent.

Een motorisch goed kind (kind dat makkelijk beweegt en erg balvaardig is) heeft een seizoen nodig om op niveau te komen op niveau 4,5 en 6 als je dan pas begint.  Kinderen die later in het seizoen instromen adviseer ik eerst een poos te trainen voor zij competitie gaan spelen. Wanneer minimale vaardigheden ontwikkeld zijn kunnen ze opgegeven worden. (Spelvormen moeten haalbaar zijn, er moet succesbeleving en plezier  zijn)

 Adrie Noij 5-9-2006.

 

 

Start | Circulatieminivolleybal | Clinics en bijscholing | Toernooi | Shop, volleybalnederland | Filosofie | Organisatie | Pedagogiek | Didactiek | Methodieken | Niveaus | Nieuws | Oefenstof | Spelvormen | Spelregels | Tips van Adrie | Vraag het Adrie | Recensies | Gastenboek | Fotocollage | Bestelling-Aanvraag | Links

Adrie Noy, Bosrank 20, 5432 HD Cuijk
telefoon 0031 485 315236    email 
   adrienoy@hotmail.com

© Webdesign Leny Lange