




















|
|
Recensies
|
|
 |
 |
Mini-volleyball
tournament asks for a 2nd edition
Minitoernooi vraagt om vervolg!
28 DEC – De eerste editie van het internationale
minivolleybaltoernooi afgelopen zondag in de Activiahal te
Sint Anthonis was een vlekkeloos verlopen sportfestijn. Voor
de kleine volleyballers en volleybalsters betekende dit een
indrukwekkende eerste internationale ervaring.
|
De organisatoren
liepen glunderend rond: Henk Willems, Rudi
Kun-Kuti, Adri Noij, Marloes Hendriks, allemaal
waren ze blij verrast met het succes van dit
eerste toernooi. Nu al was er de roep om een
tweede editie volgend jaar, wellicht verspreid
over meerdere sporthallen en meer clubs. Want
reeds deze eerste keer was de maximum capaciteit
van de Activiahal ten volle benut.
Nu volleybalclub
TSL Activia beschikt over een grote eigen hal
met drie velden kunnen dit soort evenementen
gemakkelijker georganiseerd worden dan voorheen.
Te meer daar uiteraard gebruik wordt gemaakt van
de ervaringen van het befaamde Pinkstertoernooi,
wat betreft onderdak, catering en planning. Na
de officiële opening door burgemeester Verbeeten
en de vlaggenparade konden de wedstrijden van
start gaan. Het speelschema zat strak in elkaar
en alle teams waren in no-time gewend aan de
tijd-piepjes.
In de nationaal
bezette Mini4 en Mini5 klassen bleken de
afvaardigingen van TSL Activia in beide gevallen
over de sterkste selectie te beschikken. In de
respectievelijke finales dolven Havoc uit Haps
en Civitas uit Venlo het onderspit. Dit is
opnieuw een teken dat de jeugdafdeling van de
Sint-Tunnisse volleybalclub op een uitstekend
niveau acteert.
In de zwaar
bezette, internationale Mini6 klasse reikte TSL
Activia tot de achtste plaats. De buitenlandse
inbreng was behoorlijk sterk, met name uit
Duitsland; de meisjes van Moerser SC eindigden
als tweede, de jongens uit Moers als eerste; zij
mochten ook de wisselbeker mee naar huis nemen,
aan hen overhandigd door de naamgever zelf,
Adrie Noij. Alle andere deelnemers ontvingen een
officieel certificaat van deelname. |
|
|
|
Vlaggenparade
|
|
|
|
Minitoernooi
|
|
|
|
Winnaars toernooi 3 januari 2009
|
|
|
|
|
Afgelopen zaterdag 27 december
2008 vond in Woerden
de jaarlijkse A/J (VT 2-3) clinic
plaats. Maar liefst 150 trainers hadden de weg naar de
"Thijs van der Pol hal" gevonden. Ons "trainersgilde" was
zeer breed vertegenwoordigd. Vanuit alle niveaus waren
oefenmeesters aanwezig. Een erg goede zaak en een teken dat
er op vele plaatsen erg serieus en vol overgave aandacht aan
de jeugd besteed wordt. De NVVO had in de personen van Adri
Noy en Peter van den Berg dan ook twee extreme
"volleybalgekken" vastgelegd. In de ochtend wist Adri Noy
zijn toehoorders te boeien. Ofschoon de sessie ruim drie uur
in beslag nam was de tijd eigenlijk te kort. "jammer dat het
al voorbij is" vertelde hij, "Ik had ze nog zo'n hoop willen
laten zien". En eigenlijk was het ook jammer, want zijn
praktijkgedeelte met zijn eigen "Flamingojeugd"uit Gennep
was het aankijken meer dan waard. Men sprak van menig
"eyeopener". De middagsessie was iets heel anders, maar niet
minder interessant. Peter van den Berg had zijn jongens - A
groep vanuit de "regio Zuid-West" meegenomen. Peter liet op
zijn manier de toehoorders kennis maken met zijn visie ten
aanzien van de service pass en de aanval. Dit was aanleiding
tot veel gesprekstof. Veel denken en af en toe als
toehoorder ook wat doen maakte ook de middag tot een boeiend
geheel. Met de woorden "Je hoeft het niet altijd met een
trainer eens te zijn om er toch wat van te leren" sloeg een
deelnemer de spijker op zijn kop. De manier waarop beide
trainers met "hun" jeugd werkten was hartverwarmend. Er
sprak liefde voor het vak uit. Uit de vele discussies en
gesprekken die gedurende de gehele dag onder de trainers
gevoerd werden kon eveneens de conclusie getrokken worden:
"Aan betrokkenheid en enthousiasme ontbreekt het binnen het
Nederlandse jeugd-volleybal absoluut niet", tenminste als
deze 150 trainers de doorsnee zijn niet! Al met al kan de
NVVO terugkijken op een geslaagde clinic |
|
|
ADRIE NOY KOMT!
Zoals bekend: op zondag 26 augustus
2007
In de Drutense sporthal aan de Heuvel: de clinic is van 10 uur tot
11.45.
Vervolgens gaan we naar het café voor een korte pauze en dan een kleine
beamerpresentatie van Adrie, die daarna jullie vragen zal beantwoorden.
Suggestie van Adrie: bedenk vast wat je zelf of als vereniging wilt
vragen. Mag technisch zijn of organisatorisch, of… maakt niet uit, als het
maar met Circulatie Mini Volleybal te maken heeft!
Verwachting: afgelopen rond 13.00 uur.
Zoals we nu weten zullen van Atalante 9, en van Isala, Voreo en The
Weekenders minimaal 4 deelnemers aanwezig zijn. Van BK zo’n 15.
Onderstaand nog een keer het programma van Adrie’s clinic:
Voor de clinic
(training met uitleg) lijkt me interessant om door de 6 niveaus te lopen en
te zien waar de zwaartepunten liggen in de opleiding.
Wat zijn de algeheel motorisch kernpunten voor de verschillende
niveaus?
Hoe leren kinderen? (didactiek)
Wanneer haal ik de hoogste leereffecten?
Werken we allen in de de regio met het succesvolle
8 puntenconcept?
Werken we met de juiste parameters?
Welke methodieken hanteer ik voor korte en lange
termijn?
Acties en na-acties verhogen weerstand en dynamiek?
Werken we in regio aan eenheid van techniek?
Ik streef ernaar zelf 4 kinderen mee te nemen ! (Kampioenen van regio
Zuid )
Dus…
Tot ziens zondag 26 augustus!
|
|
02-05-2007
‘Ik zie deze reis naar Malawi als één groot avontuur’
Woensdag, 2 mei
2007 - CUIJK - Volleybalgoeroe Adrie Noij begeeft zich op een nieuw,
internationaal avontuur. Van 4 tot 17 mei geeft de Cuijkenaar in Malawi in
Afrika volleybalclinics. ‘Ik ga daar als een soort volleybalmissionaris naar
toe.’ Door Rian Weemen.
Komende weken
wacht Adrie Noij de ervaring van zijn leven. De Cuijkse volleybaltrainer
vertrekt vrijdag naar Blantyre in het Afrikaanse Malawi om daar zijn
circulatieminivolleybal wortel te laten schieten. „Ik ben uitgenodigd door
Ton Epping van de stichting Samaritan. Ton heeft de afgelopen twee jaar al
vaker volleyballes gegeven in Malawi, maar wilde dat ik deze keer ook mee
ging. Het lijkt me heel indrukwekkend om dit mee te maken. Ik zie het als
één groot avontuur”, aldus de volleybalgoeroe die vorige week het seizoen
met Activia afsloot.
Noij is de
grondlegger van het circulatieminivolleybal. Een spelvorm waarbij kinderen
tussen zes en twaalf jaar spelenderwijs de grondbeginselen van de
volleybaltechnieken onder de knie krijgen. Groot voordeel van het
circulatievolleybal is dat kinderen hiermee al spannende wedstrijden kunnen
spelen en in zes niveaustappen richting het reguliere volleybal worden
geleid.
De kinderen
spelen op een derde van een normaal speelveld met een net dat op twee meter
hoogte hangt. In het beginstadium mogen de kinderen de bal vanuit elke
positie ingooien en vervolgens vangen. Later wordt de specifieke
volleybaltechniek steeds verder verfijnd.
De spelvorm heeft
eerst in Nederland en later ook in bijna alle Europese landen furore
gemaakt. In de afgelopen jaren merkten de Nederlandse clubs dat ze zeker ook
in de jongste categorie sporters ledenaanwas kregen door het
circulatieminivolleybal.
Het is de
bedoeling dat Noij in Malawi aan zo’n vijftig geoefende volleyballers -
onder wie spelers van het nationale team - volleybalclinics gaat geven.
Zij moeten er
vervolgens weer voor zorgen dat de inmiddels wereldwijd befaamde
volleybalmethode van Noij aan de Malawiaanse kinderen wordt doorgegeven.
„Eigenlijk ga ik daar als een soort volleybalmissionaris de volleybalsport
promoten. Ik zie het al helemaal voor me. Op m’n oude dag zie ik het
Malawiaanse volleybalteam op de Olympische Spelen en dan zeg ik: ‘Ik weet
nog hoe ’t allemaal is begonnen...”, lacht de Cuijkenaar.
Epping liet Noij
ter voorbereiding op de reis enkele videobanden zien, om alvast een indruk
te geven van de situatie in het Afrikaanse ontwikkelingsland. „Daar hoorde
ik de kinderen op zingen: 'Thank you, Mister Adrie!'. Toen ik dat hoorde
voelde ik me een echte weldoener. Die kinderen klappen, lachen en zingen
omdat ze het zó ontzettend geweldig vinden om te mogen volleyballen.”
En dat is ook
precies de reden waarom Noij besloot dit avontuur aan te gaan. „Ik ben
eigenlijk helemaal geen wereldreiziger. Sterker nog: ik heb al snel last van
reisziekte. Maar bij dit project in Malawi had ik het gevoel: dit móet ik
gewoon doen. Dit is echt geweldig voor die kinderen. Ik heb met Activia een
topseizoen gedraaid in de competitie, maar deze reis naar Malawi wordt voor
mij echt het hoogtepunt van het seizoen.”
Noij en Epping
verblijven in Malawi bij een Nederlandse broeder die daar een missiepost
bemant. „Hij woont heel primitief in vier aan elkaar gelaste containers”,
weet Noij.
Tijdens de
clinics krijgen de Nederlanders assistentie van een Malawiaanse kolonel.
„Hij krijgt speciaal voor ons bezoek vrijstelling van het leger om ons te
assisteren als tolk. In Malawi wordt naast Engels namelijk ook Chichewa
gesproken en daar kunnen wij natuurlijk weinig van maken.”
Om het
volleyballen in Malawi mogelijk te maken worden er regelmatig vanuit
Nederland materialen naar het Afrikaanse continent verscheept.
„Die materialen –
zoals ballen, netten en kleding – krijgt de stichting Samaritan van
Nederlandse volleybalverenigingen die nieuwe spullen hebben aangeschaft en
de oude niet meer gebruiken. In Malawi zijn ze daar natuurlijk dolblij mee.
Met alles wat ze krijgen overigens. Daarom zorg ik er ook voor dat mijn
koffer bomvol zit met kleren en spullen die ik daar achter kan laten.”
De stichting
Samaritan in Woerden ondersteunt projecten ten behoeve van straat- en
weeskinderen in Malawi. Dit gebeurt middels het verzamelen van fondsen
waarmee voeding, kleding, schoolbenodigdheden, gezondheidszorg en
sportactiviteiten kunnen worden betaald.
Ton Epping van
Samaritan heeft inmiddels al drie keer leerkrachten van lagere scholen
getraind en gecoacht om met kinderen van zes tot twaalf jaar
circulatieminivolleybal te spelen.
Dit project wordt
gesteund door de interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking
ICCO. Om het volleyballen in Malawi mogelijk te maken verzamelt de stichting
in Nederland ballen, netten en sportkleding. Indien uw vereniging hier ook
aan wil bijdragen, kan men een e-mail sturen naar
ton@ritoewoe.nl .
Voor meer informatie over
de stichting Samaritan kunt u terecht op
www.samaritan.nl of bellen naar 0348-481060.
|
|
Krantenartikelen
 |
|
Eerbetoon aan
Cuijkse volleybalprofessor
Door HENK BALTUSSEN
Het gebied rond Boxmeer en Gennep is de bakermat van het
circulatieminivolleybal. Bedenker hiervan is Cuijkenaar Adrie Noij die in
sporthal Sportvillage in Boxmeer een droom zag uitkomen.
Sportshirts tot op de knieën,
kniebeschermers die de benen vrijwel geheel bedekken, zweetbandjes om beide
polsen, de clubnaam en de Nederlandse vlag op de wangen geschilderd, het is
duidelijk, de jongste volleybaljeugd is helemaal klaar voor de strijd
tijdens het eerste internationale circulatieminivolleybal (cmv)-toernooi.
Glunderend bekijkt Adrie Noij in sporthal Sportvillage de vier tegen
vier-wedstrijdjes. Hij kan de speltechnieken waarvan de kinderen gebruiken
maken dromen. Niet vreemd. De Cuijkenaar is immers de bedenker van
circulatieminivolleybal, een uitgekiende methode waarbij de spelregels in
dienst staan van het spelplezier. De jongsten (6 jaar, niveau 1) vangen en
gooien de bal naar elkaar en over het net, de 12-jarigen (niveau 6) spelen
volleybal zoals het uiteindelijk hoort. "Uit onvrede met het statische
karakter van het jeugdvolleybal van eerst en het geen competitie kunnen
spelen van de jongste kinderen, is mijn methodiek ontstaan", legt Noij uit.
"De basisbewegingen van volleybal worden spelenderwijs aangeleerd. Dat het
werkt is in de achterliggende jaren bewezen."
De verschillende cijfers bewijzen
het gelijk van Noij. Zeven jaar wordt in deze regio circulatievolleybal
gespeeld. Het aantal miniteams steeg van 50 naar ruim 250. De Nederlandse
volleybalbond (NeVoBo), heeft de Noij-methode omarmd en de spelvormen in
2002 landelijk ingevoerd. In Denemarken en IJsland worden inmiddels ook
cmv-competities gehouden. In tal van andere landen proberen 'Noij-volgelingen'
cmv bij clubs en bonden te introduceren. Dat is bij het toernooi in Boxmeer
merkbaar. Teams uit België en Duitsland behoren tot het deelnemersveld. Uit
het Poolse Proszowice (bij Krakow) hebben twintig meisjes de achttien uur
durende busreis naar Boxmeer ondernomen. "We hebben het er graag voor over".
glimlacht de zeventienjarige Pavel Kahan die de groep begeleidt.
"Circulatievolleybal is 'a fantastic way' om kinderen goed volleyballen te
leren. In Polen is het amper bekend. Wij hebben al vaker contact gehad met
Adrie. Overigens is onze methode niet exact hetzelfde. Maar dat is het mooie
van zo'n toernooi als dit. Je hebt het met elkaar erover, je ziet vanalles,
en je wisselt ideeën uit. Dat maakt zo'n reis de moeite waard. Deze meisjes
trainen zowel op school als bij onze club Pogon Opatkowice. De meesten
trainen vijf keer per week. Op de lagere school kan volleyballen, als
kinderen dat willen, onderdeel van de gymles zijn."
Het Poolse Pogan Opatkowice maakt deel uit van het 112 teams tellende
deelnemersveld van het cmv-toernooi. "We hebben dertig teams op de
wachtlijst moeten zetten", vertelt Sjaak Janssen uit Helmond, de voorzitter
van de toernooi-organisatie. "Dat geeft de populariteit van
circulatievolleybal aan. De regio Boxmeer loopt wat dat betreft voorop in
Nederland. In de hele wereld, kun je wel zeggen. Nergens is de groei van
mini-jeugd zo spectaculair als hier. In de regio Helmond wordt minder aan de
weg getimmerd. Jammer, het is een geweldig methode."
Janssen (52) kan het weten. Hij trainde tientallen jaren de jeugd van het
Helmondse Polaris. "Ik vind het goed aanleren van techniek heel belangrijk.
Daarom is het noodzakelijk dat alle clubs de methode van Noij gaan
overnemen. Hij heeft bij Flamingo's in Genep bewezen dat zijn aanpak
vruchten afwerpt. De jeugd van Flamingo's behoort al jarenlang tot de top
van Nederland."
Noij lanceerde het idee voor het eerste internationale cmv-toernooi. Hij had
een dergelijk jeugdtreffen al lange tijd op zijn verlanglijstje staan.
"Geweldig dat het van de grond is gekomen", jubelt de hoofdopleider van
Flamingo's Met de steun van negen commissieleden is het project
werkelijkheid geworden. De naam Noij blijkt aantrekkingskracht te hebben.
"Dit toernooi moet een klassieker worden", vindt Janssen. "We overwegen nu
al om er vanaf volgend jaar een tweedaagse van te maken. Zo hoeven we geen
teams teleur te stellen."
Willy Bongers, de eigenaar van Sportvillage, gelooft heilig in het
volleybaltoernooi. Hij heeft kosteloos zijn accommodatie beschikbaar gesteld
en daarbij vele euro's extra bijgelapt om de begroting sluitend te maken.
"Het is een prachtig initiatief. Ik ondersteun het graag."
"Mensen zoals Bongers zijn hard nodig", zegt Janssen. "Anders hadden we dit
nooit van de grond gekregen. Ik vind het ook leuk voor Adrie dat het is
gelukt. Ik beschouw het als een soort eerbetoon aan hem. Hij betekent erg
veel voor het jeugdvolleybal."
Daar is de NeVoBo inmiddels ook achter. Twee bondsbestuurders zijn naar
Boxmeer gekomen om Noij de gouden bondsspeld uit te reiken. 'Dik verdiend',
vinden ook de vele aanwezigen in Sportvillage. Ze hebben een staande ovatie
over voor de Cuijkse volleybalprofessor.
|
Circulatievolleybal blijkt succesformule
Uit volleybalmagazine nummer 2 maart-april
2004
 |
|
Na jaren van erosie, zowel aan de top als
in het dal, bloeit er iets moois in volleyballand. Het spel voor de
allerkleinsten is ingrijpend veranderd en dat heeft veel enthousiasme en
nieuwe leden opgeleverd. Het succes van het circulatievolleybal is geen
toeval, maar het gevolg van een uitgekiende strategie.
In de laatste decennia van de vorige eeuw
deden de clubs hun best het minivolleybal (voor 8 tot 12-jarigen) zo goed
mogelijk te organiseren. Maar echt leuk was het maar zelden. Er werd in de
meeste regio's drie tegen drie of vier tegen vier gespeeld en het
volleyballen bleef vaak beperkt tot opslaan en doordraaien. De goedwillende
begeleiders die de kinderen in drie keer wilden laten spelen, moesten
toegeven dat de winstkansen daardoor niet groter werden. Goed, de echte
talentjes konden nog wel eens een aardig partijtje spelen, maar voor de
gemiddelde mini was de officiële wedstrijdvorm gewoonweg te moeilijk.
Alternatieve regels werden ingevoerd om het spel te verbeteren. Soms mocht
tijdens een minitoernooi de eerste bal gevangen worden en af en toe moesten
de kinderen persé in drie keer spelen om een punt te halen. De aanpassingen
waren goed bedoeld, maar veroorzaakten een onoverzichtelijk geheel waarvan
ze op het bureau van de NeVoBo in Woerden bepaald niet vrolijk werden.
|
|
Meer grip op jongste leeftijdsgroep.
Arnold van Ree (oud-international en de
huidige assistent bondscoach bij de mannen) werkt bij de afdeling
Volleybalstimulering van de NeVoBo en richtte zich in 2001 serieus op de
jongste leeftijdsgroep. 'Het ging gewoon slecht bij de mini's,' kijkt hij
terug. 'Het aantal leden in deze leeftijdsgroep nam af en dat was
zorgwekkend. Ik kwam erachter dat er in de verschillende hoeken van het land
op heel veel verschillende manieren werd gespeeld. Met de beste bedoelingen
waren op veel plaatsen de regels aangepast en dat leidde tot erg veel
variaties. Toen ik dertien verschillende manieren van minivolleybal had
ontdekt, ben ik maar opgehouden met tellen. Duidelijk was dat er iets moest
veranderen waardoor wij als bond meer grip zouden krijgen op de jongste
leeftijdsgroep.'
Toen duidelijk was dat er iets moest
gebeuren, probeerde de NeVoBo niet het wiel opnieuw uit te vinden maar werd
eens goed gekeken in de regio's. Daarbij bleek dat in het zuid-oosten van
Nederland al een vorm was ontstaan die wonderlijk goed bleek aan te slaan.
Deze formule, die toen al de naam 'circulatievolleybal' droeg, was
ontwikkeld door Adrie Noij, een professionele jeugdtrainer bij onder meer
Flamingo's uit Gennep. 'Ere wie ere toekomt,' zegt Arnold van Ree in
Woerden. 'Adrie Noij is de uitvinder van het circulatievolleybal en stond
dus aan de basis van het huidige succes.'
|
|
Concurrentie met voetbal
ie met Adrie Noij over het jeugdvolleybal en
het verenigingsleven begint, raakt niet snel uitgepraat. Deze man spreekt
vanuit een schat aan ervaring en heeft een goed oog voor problemen en
kansen. 'Als jeugdtrainer vij Flamingo's zat er bij mij veel onvrede omdat
ik zag dat we de slag misten. Dat kwam doordat we een sport aanboden die
voor tien- en elfjarigen eigenlijk nog te moeilijk was. Bovendien was het
minivolley te statisch; er werd veel te weinig bewogen. Op die manier konden
we de concurrentie met het voetbal natuurlijk niet winnen. Vooral die
motorisch begaafde jongens liepen we mis omdat ze veel eerder bij een
voetbalclub terecht konden.
Uiteindelijk ben ik bij mijn eigen club
begonnen met een aantal spelvormen die eigenlijk ook één grote methodiek
vormen om de technieken te leren. Zo leren kinderen het volleybalspel dus
spelenderwijs.' Het gaat te ver om de regels van de zes spelvormen (die
samen het circulatievolleybal vormen) op deze pagina's helemaal uit te
leggen. Maar op de website van de NeVoBo (http://www.volleybal.nl)
zijn onder de knop 'circulatievolleybal' alle regels te vinden. Tijdens het
eerste niveau wordt alleen gevangen en gegooid waarbij het bewegen een
belangrijke rol speelt. Het laatste niveau (niveau 6) is het 'echte
volleybal' in de vorm vier tegen vier. 'We zijn met deze spelvormen begonnen
in de eigen club en deden niet meer mee met de gewone toernooien,' vertelt
uitvinder Adrie Noij. 'Maar al snel werd duidelijk dat de kinderen dit erg
leuk vonden en dat resulteerde ook in een flinke ledengroei. Verenigingen
uit de buurt zagen het succes en wilden ook meedoen. Uiteindelijk speelden
we circulatievolleybal in de hele omgeving. Dan heb ik het over 21 clubs in
het gebied rondom Uden, Sambeek, Gennep, Cuijk en Grave. We begonnen daar in
de jaren negentig met vijftig teams en tegenwoordig doen er tweehonderd
teams mee.'
|
|
Ledenwinst
In 2001 werd het circulatievolleybal van Adrie Noij omarmt door de NeVoBo.
Er werd een werkgroep gevormd met daarin ook Arnold van Ree en uitvinder
Noij. Na wat kleine aanpassingen werd besloten de zes nieuwe spelvormen voor
de jongste jeugd in heel Nederland te implementeren. Met succes. Bijna
overal wordt tegenwoordig volgens de principes van het circulatievolleybal
gewerkt en het enthousiasme is niet alleen voelbaar, maar ook meetbaar. 'In
2003 kende de leeftijdsgroep tot 12 jaar een ledenwinst van 6.500,' meldt
Arnold van Ree. 'Dat is natuurlijk geweldig in een tijd waarin de
sportbonden het erg moeilijk hebben om leden aan zich te binden.' Met
genoegen telt Arnold van Ree de zegeningen van het circulatievolleybal. 'Bij
hhet organiseren van wedstrijden weet nu iedereen in heel Nederland nu
precies waar het om gaat als over de zes verschillende niveau's wordt
gesproken. Bovendien is het vanuit de bond nu veel makkelijker om een
opleiding voor trainers in het circulatievolleybal te verzorgen. Verder is
dit ook een methode waarmee docenten in het basisonderwijs aan de slag
kunnen. Vooralsnog werd het knap ingewikkeld gevonden om met volleybal aan
te komen in het basisonderwijs, maar dat is nu veel makkelijker. Het systeem
is verder enorm flexibel. Als kinderen aan een ander niveau toe zijn, kunnen
ze zonder problemen doorschuiven, ongeacht hun leeftijd. Het eerst niveau
kan al vanaf zes jaar worden gespeeld.' Als laatste noemt van Ree een facet
dat iedereen zal onderkennen die het circulatievolleybal van dichtbij
meemaakt. 'De kinderen vinden het harstikke leuk. En als het goed is leren
ze er nog beter door volleyballen ook, waardoor de overstap naar de C-jeugd
makkelijker wordt. Maar dat gaan we nog nader onderzoeken. We richten onze
blik nu vooral ook op de C en B-jeugd en willen weten of de spelvorm, de
organisatie en de uitstraling ook hier verbeterd kan worden'.
Ondertussen zit Adrie Noij in het zuiden van
het land niet stil. Hij maakt zicht - naast zijn werk voor verschillende
volleybalclubs - onder meer sterk voor professionalisering in de
volleybalsport. Dit ook omdat zijn circulatievolleybal in goede aarde valt,
wanneer de jongste jeugd te maken krijgt met goede trainers. 'We moeten af
van dat amateuristische sfeertje in het volleybal, waarbij Huub uit heren 7
en Annie van de recreanten de jeugdtrainingen verzorgen. Op die manier
verliezen we het van professioneel georganiseerde sporten als bijvoorbeeld
tennis. We moeten niet bang zijn de contributie omhoog te doen, als we maar
meer kwaliteit bieden. In een goede vereniging is een professional de spil
waar alles om draait.'
Tekst: Willem Held |
Clinics
Artikel uit De Twentsche Courant
Tubantia van 20-12-2002
Circulatie- volleybal dč
toekomst
Door Dick Heesen
Jeugd sport steeds minder. Dat
merken ook de volleybalverenigingen. Adrie Noy kwam met de oplossing. De
‘vader’ geeft 5 januari in de Eibergse Pickerhal tekst en uitleg over zijn
plan.
Adrie Noy uit Gennep heeft zijn hart verpand aan het
volleyballen. Om de interesse voor zijn sport aan te wakkeren, bedenkt hij
het circulatievolleybal. Min of meer uit nood geboren, want Noy ziet
kinderen spelen met een bal achter de tribune of op een leeg volleybalveld.
Opperbest vermaakt het kroost zich op die manier terwijl hun ouders spelen,
fluiten, tellen of toekijken. Maar ondanks die vroege kennismaking met het
volleybalspelletje lukt het de clubs niet de jeugd van zes tot tien jaar aan
zich te binden. Adrie Noy zorgt met zijn oplossing voor de ommekeer. Hij
introduceert het circulatievolleybal. De ‘vader’ van die aangepaste
spelsoort verzorgt met zijn vereniging (Flamingo’56) zondag 5 januari om
11.00 uur in de Pickerhal in Eibergen een clinic.
Gerdie Hoogland, op het regiokantoor ondermeer belast met
verenigingsondersteuning, is blij met de komst van Noy. ‘Mijn eerste klus op
het kantoor was circulatievolleybal. Een aantal verenigingen pikte het op,
andere volleybalvereniging lieten het liggen. De clinic is in elk geval een
uitgelezen kans om kennis te nemen van het fenomeen circulatievolleybal’,
aldus Hoogland.
Bij Ruud Blom, lid van de werkgroep jeugdbeleid en
miniwedstrijden, gaan theorie en praktijk hand en hand. ‘Ik ben
verantwoordelijk voor het circulatievolleybal in de regio Berkelstreek. ‘Een
persoon of een groepje dat de kar trekt is onmisbaar. Gebrek aan kader of
niet weten hoe te beginnen, kan negatief werken.’
Hij zag dit seizoen het aantal teams in het rayon
Berkelstreek sterk groeien (van 14 naar 23 teams). ‘Ik schat dat er in de
Achterhoek op dit ogenblik 700 kinderen meedoen aan circulatievolleybal.’ En
jongens? Blom loopt lang genoeg mee om te weten dat jongensteams dun gezaaid
zijn. ‘Met circulatievolleybal begin je op zesjarige leeftijd. Een aantal
jaren geleden waren de jongens dan al aan het voetballen. Minivolleybal
begint bij een jaar of tien. Bij mijn eigen vereniging (Vios in Eefde) is
een kwart van het aantal jongens bij het circulatievolleybal.’
Nico Lovink van VCV in Varsseveld laat de cijfers
spreken. ‘Het aantal jeugdleden is de laatste jaren explosief gestegen. VCV
heeft nu meer jeugdleden dan competitie spelende senioren.’ Lovink las drie
jaar geleden in het blad Techno (een periodiek voor volleybaltrainers) een
verhaal over circulatievolleybal. ‘Na het bekijken van een video waren Janny
(zijn vrouw) en ik meteen verkocht.’ Twee jaar achtereen werd in
samenwerking met de volleybalbond het scholenproject gepromoot. In 2001 en
2002 werden respectievelijk 750 en 230 leerlingen van het basisonderwijs in
Varsseveld benaderd.
‘VCV noteerde in die twee jaar in totaal 65 nieuwe leden,
waarvan een kwart jongens.’ Lovink is trots op de spectaculaire stijging van
het aantal jeugdleden en nog steeds enthousiast. ‘Ik nam er zelfs een week
vakantie voor op’, zegt hij lachend.
|
Enkele reacties van deelnemers van de clinic in
Eibergen:
Opvallend was de tijd die werd besteed aan het tonen van motorische
oefeningen op een zeer speelse wijze. Mijn indruk is, dat bij sommige
verenigingen dit een onderbelicht deel van de CV-trainingen is. Maar als we
goed willen leren bewegen, is dit onderdeel misschien wel een van de
allerbelangrijkste.
Een ander onderdeel wat goed uit de verf kwam was de 'beruchte' vang gooi
beweging bij niveau 4. We hebben nu eens kunnen zien hoe die bedoeld is.
Toch is ook een waarschuwing op z'n plaats. In een kort gesprek na afloop
met Adrie Noy, erkende hij dat in zijn presentatie onderdelen voorkwamen,
die niet helemaal in overeenstemming waren met de spelregels van
CV/minivolleybal 2002-2004. Deze zijn in een nationale werkgroep
samengesteld en zijn een compromis tussen verschillende standpunten.
Maar we hebben in Nederland met elkaar afgesproken te werken met
CV/Minivolleybal 2002-2004. En dus zullen wij ons daar ook aan moeten
houden.
Een voorbeeld: Adrie is voorstander van volleybaleigen gooibewegingen op
niveau 3. Teams die dat goed geleerd hebben en al zo spelen: prima! Maar het
is geen verplichting volgens de regels, dus niemand kan bezwaar maken als er
ook op andere wijze wordt gegooid. Misschien verandert dat na 2004, maar
zolang moeten we op aanpassingen wachten.
Ruud Blom. |
Zondag morgen 4 januari, terwijl op de radio gewaarschuwd
werd voor sneeuwval en gladheid, reed ik op weg naar de Pickerhal in Eibergen.
Om half 11 hadden we daar met de cursisten van de jeugdtrainerscursus A
afgesproken om in het kader van de opleiding meer informatie te krijgen over
circulatievolleybal. (cv) De ene cursist was daar al mee in aanraking geweest
en had de nodige achtergrond, voor de ander was het een redelijk onbekend
terrein. Als (stage) docent was het mijn taak die dag om deze
(aspirant)trainers te begeleiden.
De "goeroe" van het circulatievolleybal, Adrie Noij, was door de Regio Ooos van
de NeVoBo bereid gevonden om deze clinic, samen met een aantal
circulatievolleybal(st)(l)ers van volleybalvereniging Flamingo's, deze morgen
te verzorgen. Voor maar liefst 150 belangstellenden!! gaf Adrie een
clinic die menigeen nog lang zal heugen. En ik moet zeggen, alle wegblijvers
hebben iets gemist.
...
Het was een zeer interessante morgen met een trainer, Adrie Noij, die veel te
vertellen had en het op een zeer boeiende manier bracht. Dit bleek ook uit het
applaus na afloop van de clinic.
Uit de sporthal komend, was er ook buiten het een en ander veranderd. Eibergen
was bedekt onder een laagje sneeuw. Langzaam reed ik terug huiswaarts, met een
goed gevoel en veel stof om na te denken.
Johan Booyink |