Onderarms spelen oefenstof

 

Start
Circulatieminivolleybal
Clinics en bijscholing
Toernooi
Shop, volleybalnederland
Filosofie
Organisatie
Pedagogiek
Didactiek
Methodieken
Niveaus
Nieuws
Oefenstof
Spelvormen
Spelregels
Tips van Adrie
Vraag het Adrie
Recensies
Gastenboek
Fotocollage
Bestelling-Aanvraag
Links

 

Oefenstof onderarms spelen

Algemene balvaardigheid
Sportspecifieke balvaardigheid
Onderhands serveren
Onderarms spelen oefenstof
Vanggooi beweging
Bovenhands spelen
Achterover spelen
Slagtechniek
Aanval en tipbal
Het onderarms spelen verdelen we bij mini-circulatievolleybal in:
  1. onderarms toetsen ( probeer vanuit stand de bal in de lucht te houden).

  2. brengen ( nu brengen we de bal al toetsend naar een bepaald doel).

  3. controleren ( een aangegooide of geserveerde bal proberen we onder controle te brengen).

  4. richten ( de aangespeelde bal proberen we in één keer naar een bepaald doel te spelen).

  5. toetsen met balansverstoringen ( teneinde de balvaardigheid te vergroten, moeten kinderen weerstanden overwinnen en toch de bal de baas blijven).

  6. combinaties van bovenstaande onderdelen van leren onderarms spelen.

1. Toetsen

  • via scorings-schema's kinderen stimuleren om steeds hun hoogste score te verbeteren.

  • het volleybalveld wordt in vieren verdeeld. Per veld moet je een serie maken, lukt het je die serie te maken dan mag je doorschuiven, anders moet je een veld terug ( dit is een extra uitdaging voor de jeugdige speler).

  • De eerste bal wordt met een handicap gespeeld, bijvoorbeeld de eerste bal met één arm, de eerste bal tegen de muur of de eerste bal via de grond, wij laten het verder aan uw eigen creativiteit over om nog meer handicaps te bedenken, daarna moet de speler een serie toetsen.

onderarms toetsen    

2. Brengen

  • een groep van drie à vier spelers brengen (onderarms spelen) de bal naar een speler die op een kast zit. Als de bal valt dat probeer je het opnieuw. Als het lukt ga je zelf op de kast zitten en krijgt de groep een punt. Extra uitdaging, welke groep heeft als eerste twintig punten.

  • twee spelers hebben beide een bal en beginnen aan de achterlijn van het miniveld tegenover elkaar. Al onderarms spelend gaan zij naar elkaar toe. Zij passeren elkaar ongeveer op het midden van het veld. Draaien dan om elkaar heen en gaan weer terug naar de eigen achterlijn. Als het hen beide lukt om zonder de bal te laten vallen op de achterlijn te komen, dan krijgen ze één punt.

  • de spelers steken het veld over met daarin diverse hindernissen. Aan de overkant staat een basketbalnet waarin de speler moet proberen te scoren. Als de speler het net raakt krijgt die één punt, de rand van de basket is twee punten en in de basket is drie punten waard.

3. Controleren

  • De trainer serveert de bal over een afstand van vijf meter naar de speler, de speler moet de bal controleren en daarna proberen te vangen. Maak groepen, welke groep heeft als eerste dertig vangballen?

  • De speler ligt op de buik, de trainer serveert een bal, de speler komt overeind en controleert de bal drie keer.

  • De trainer serveert de bal over de speler heen, deze verplaatst zich achterwaarts en controleert de bal drie keer.

4. Richten

  • De trainer gooit de bal naar speler A, die de bal onderarms passt naar speler B, die in een hoepel staat. Wanneer de bal door speler B in de hoepel gevangen wordt, neemt speler A de positie van speler B over, anders sluit speler A achteraan de groep passers weer aan. Wie kan het eerste een serie van vijf goede passes maken.

  

  • De trainer gooit de bal naar speler A, die de bal naar rechts passt naar speler B, daarbij moet de rechtervoet voor staan. De volgende speler staat met de linkervoet voor en passt naar links, naar speler C. De passer draait door naar waar hij heen gepasst heeft.

    

  • De trainer gooit de bal naar speler A, die de bal naar een korf passt. Tegen de korf aanspelen is één punt. Door de korf heen spelen is drie punten. Als we in groepjes werken kunnen we weer zeggen: Welke groep heeft als eerste dertig punten?

 5. Toetsen met balansverstoringen (toetsen = onderarms spelen)

  • de speler klapt na elke drie getoetste ballen in de handen
  • de speler kopt de bal omhoog na elke drie getoetste ballen
  • de speler tikt met één hand de grond aan na elke drie getoetste ballen

6. Combinaties

We kunnen ook combinaties maken van al deze onderdelen, bijvoorbeeld: We bouwen een circuit op met als einddoel het spelen van de bal in een korf.

De trainer serveert een bal over zes meter. De speler controleert de bal, brengt de bal tussen twee paaltjes door naar hindernis 3, waarbij hij de bal wegspeelt, daarna een koprol maakt op een mat, de bal mag één keer stuiten, waarna de speler de bal weer controleert en daarna richting de korf speelt. Wanneer de speler de bal op de grond laat vallen, begint die speler weer van voor af aan.

Start | Algemene balvaardiheid | Sportspecifieke Balvaardigheid | Onderhands serveren-oefenstof | Onderarms spelen oefenstof | Vanggooi beweging oefenstof | Bovenhands spelen oefenstof | Achterover spelen oefenstof | Slagtechniek oefenstof | Aanval en tipbal oefenstof

Adrie Noy, Bosrank 20, 5432 HD Cuijk
telefoon 0031 485 315236    email 
   adrienoy@hotmail.com

© Webdesign L. Noy