|
Niveau 1 – Gooien, vangen, bewegen
Doel
De spelers proberen de bal over het net bij de tegenstander in het veld op de
grond te krijgen.
Leerdoelen
-
1. Veelzijdig, snel bewegen en reageren met constant herkennen
van de balbaan, waardoor het besef van bewegen van het eigen lichaam en de bal
in de ruimte goed getraind wordt.
De trainer dient vooral algemene balvaardigheid te
stimuleren:
· Dribbelen, rollen, gooien en vangen
met één of twee handen
· Gooien en vangen met ballen van
diverse maten en gewichten
· Vangen in verschillende houdingen
· Gooien en vangen met verschillende
hoogtes van balbaan
-
2. Voor-, achter en zijwaarts verplaatsen, ook in sprong.
-
3. Dit alles dient ondersteund te worden met een veelzijdig
motorisch programma: grondvormen van bewegen als
-
rollen, springen, heffen, dragen, balanceren, kruipen, zwaaien,
trekken en duwen.
Aanvang
De bal mag vanaf elke plaats in het veld over het net worden gegooid.
Het net mag daarbij door de bal geraakt worden.
Spelregels
-
1. Wanneer een speler de bal over het net gooit, draait de hele
ploeg waartoe de speler behoort een plaats door, met de klok mee.
-
2. De spelers mogen niet lopen met de bal.
-
3. Wanneer de afstand tot het net te groot is, mag de bal naar
een teamgenoot overgespeeld worden en daarna over het net.
-
4. De bal mag het net raken.
-
5. Wanneer een speler de bal laat vallen, de bal uitgooit, de
bal in het net gooit of de bal aanraakt voordat deze uit is, moet deze speler
het veld verlaten en naast het veld bij het net plaatsnemen.
-
6. Wordt de bal door de tegenstander op de grond gegooid, dan
verlaat de speler die het dichtst bij de bal stond het veld.
-
7. Als er nog maar twee spelers in het veld staan, wisselen de
spelers telkens van plaats nadat de ploeg de bal over het net heeft gegooid.
-
8. Als het veld van de tegenstander ‘leeg’ is, krijgt het team
één punt.
-
9. Een speler mag in het veld terugkeren bij één (1) vangbal
van een ploeggenoot.
-
10. De speler die het langst buiten het veld staat, staat het
dichtst bij het net en mag als eerste in het veld terugkeren.
Wanneer is het spel dood?
Het spel is dood wanneer de bal niet gevangen wordt, d.w.z.
-
de bal is in het net gegooid
-
de bal is in het veld van de tegenstander op de grond gegooid
-
de bal is uitgegooid
-
een speler heeft de bal laten vallen
Wat gebeurt er als het spel dood is?
Het spel wordt direct hervat met een worp door degene die op dat
moment de bal heeft, ergens vanuit het veld. De essentie hiervan is dat het spel
zo snel mogelijk weer hervat wordt: het aantal balcontacten neemt zo toe.
Telling
Wanneer het veld van de tegenstander leeg is, krijgt het winnende
team een punt en begint het spel opnieuw met vier tegen vier spelers.
Snelheid
Laat de spelers na het vangen meteen gooien om veel snelheid in het
spel en dus in het bewegen te krijgen. |