Niveau 4

 

Start
Omhoog
Niveau 2
Niveau 3
Niveau 4
Niveau 5
Niveau 6

 

Niveaus 1

Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5 Niveau 6

Niveau 4 - 2e Bal verplicht vanuit een vloeiende vanggooibeweging spelen

Doel
De spelers proberen de bal over het net bij de tegenstander in het veld op de grond te spelen.

Leerdoelen

  • 1. Frontaal bovenhands spelen.

  • 2. Samenspelen met drie balcontacten, waarbij de tweede bal parallel aan het net gegooid moet worden. De speler die links of rechts in het veld staat kan / moet hierbij inlopen om de bal over het net te spelen.

  • 3. Vloeiende vanggooibeweging:
    - met gestrekte armen voorwaarts
    - met gestrekte armen achterwaarts over het hoofd gooien
    - met gestrekte armen boven het hoofd vangen, inveren en uitstoten
    - onder een hoek

  • 4. Spelen onder hoeken. Wanneer een speler de bal onder een hoek naar links (gezien vanuit de speler) moet spelen, dient de linkervoet voor te staan. Wanneer een speler de bal onder een hoek naar rechts moet spelen, dient de rechtervoet voor te staan.

  • 5. Opslaan over grotere afstand van achter de achterlijn.

 

Aanvang
De bal moet van achter de gehele achterlijn onderhands over het net geserveerd worden, waarbij het net geraakt mag worden.

Spelregels

  • 1. Het team moet de bal in drie keer spelen.

  • 2. Het tweede balcontact vindt plaats met een verplichte ononderbroken vanggooi- of vangstootbeweging.

  • Deze kan op vier manieren uitgevoerd worden.
    - met gestrekte armen voorwaarts
    - met gestrekte armen achterwaarts over het hoofd gooien
    - met gestrekte armen boven het hoofd vangen, inveren en uitstoten
    - onder een hoek

  • 3. De tweede bal mag niet over het net gegooid worden.

  • 4. Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler moet de ploeg aan opslag een plaats doordraaien en slaat de volgende speler op.

  • 5. De wisselspelers moeten verplicht indraaien op de opslagplaats.

  • 6. Er wordt niet meer doorgedraaid door het team dat de bal over het net speelde.

  • 7. Ondanks dat de aanval nog geen structureel onderdeel uitmaakt van het spel, is het niet fout wanneer de derde bal met één hand over het net wordt gespeeld. Netfouten in verband met de veiligheid wél affluiten.

Telling
Rallypoint: elke fout levert een punt op voor de tegenstander.

Motivatie
De tweede bal is in dit stadium van de volleybalontwikkeling de moeilijkst te verwerken bal, omdat het bovenhands of onderarms spelen onder een hoek nog veel problemen geeft. De kans op fouten is groot, waardoor het spel vaker onderbroken moet worden. Door de tweede bal vanuit een ononderbroken vanggooi- of vangstootbeweging door te spelen, blijft de rally op gang. Stimuleer dat de tweede bal parallel aan het net gegooid wordt, zodat de laatste speler in kan lopen alvorens de bal bovenhands over het net te spelen. Bij een minder goede pass zal een speler de tweede bal uiteraard vanuit het achterveld moeten spelen d.m.v. een ononderbroken vanggooi- of vangstootbeweging.

Aanleren bovenhands spelen
De bal opgooien boven het hoofd, met twee handen uitstoten en vangen.

  • 1. Meerdere keren boven het hoofd toetsen.

  • 2. Bovenhands spelen in beweging.

  • 3. Uit aangooi bovenhands naar een doel spelen. Eerst frontaal spelen, later onder hoeken.

  • 4. Bovenhands naar een doel spelen na verplaatsing.

Accenten

  • * Bal boven het hoofd spelen / heupen onder de bal

  • * Strekking in knieën en ellebogen (hoge bal kunnen spelen)

  • * Snelle verplaatsing (lopen) en goede voet voor bij spelen onder hoeken

Start | Niveau 2 | Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Niveau 6

Adrie Noy, Bosrank 20, 5432 HD Cuijk
telefoon 0031 485 315236 of 0623236540, fax 0031 485 315236
    email 
   adrienoy@hotmail.com