Aanvang
De bal moet van achter de gehele achterlijn onderhands over het net geserveerd
worden, waarbij het net geraakt mag worden.
Spelregels
-
1. Het team moet de bal in drie keer spelen.
-
2. Het tweede balcontact vindt plaats met een verplichte ononderbroken vanggooi- of vangstootbeweging.
-
Deze kan op vier manieren uitgevoerd worden.
- met gestrekte armen voorwaarts
- met gestrekte armen achterwaarts over het hoofd gooien
- met gestrekte armen boven het hoofd vangen, inveren en uitstoten
- onder een hoek
-
3. De tweede bal mag niet over het net gegooid worden.
-
4. Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler
moet de ploeg aan opslag een plaats doordraaien en slaat de volgende speler op.
-
5. De wisselspelers moeten verplicht indraaien op de
opslagplaats.
-
6. Er wordt niet meer doorgedraaid door het team dat de bal
over het net speelde.
-
7. Ondanks dat de aanval nog geen structureel onderdeel
uitmaakt van het spel, is het niet fout wanneer de derde bal met één hand over
het net wordt gespeeld. Netfouten in verband met de veiligheid wél affluiten.
Telling
Rallypoint: elke fout levert een punt op voor de tegenstander.
Motivatie
De tweede bal is in dit stadium van de volleybalontwikkeling de moeilijkst te
verwerken bal, omdat het bovenhands of onderarms spelen onder een hoek nog veel
problemen geeft. De kans op fouten is groot, waardoor het spel vaker onderbroken
moet worden. Door de tweede bal vanuit een ononderbroken vanggooi- of
vangstootbeweging door te spelen, blijft de rally op gang. Stimuleer dat de
tweede bal parallel aan het net gegooid wordt, zodat de laatste speler in kan
lopen alvorens de bal bovenhands over het net te spelen. Bij een minder goede
pass zal een speler de tweede bal uiteraard vanuit het achterveld moeten spelen d.m.v. een ononderbroken vanggooi- of vangstootbeweging.