-
Gooi de bal omhoog en vang hem in een kommetje
- polsen en ellebogen naar buiten, om makkelijk te kunnen spelen vanuit een
losse pols.
-
Spelers staan met hun rug naar de muur op een
afstand van drie meter. Zij hebben de bal in hun handen en stoten de bal tien
keer tegen de muur.
-
bal boven voorhoofd;
-
holle rug;
-
armen strekken en uit elkaar doen.
-
Als volgende gooien de spelers de bal omhoog
en spelen de bal naar de muur.
-
Daarna gooien ze de bal twee meter naar voren
en spelen de bal achterover tegen de muur.
-
Twee spelers met één bal. Eén speler staat op
een zweedse bank, de andere ervoor. De speler voor de bank speelt de bal drie
meter naar voren en speelt de bal daarna achterover naar de speler op de
bank. Daarna wisselen ze. Wie heeft er het eerst dertig vangballen?
-
Drie spelers staan onder de basket. Ze gooien
de bal weg van de basket en proberen vervolgens die bal in de basket te
spelen. Welk groepje van drie heeft het eerst dertig punten? Het bord is één
punt, de basket raken twee, en door het net spelen drie punten.
-
Eén tegen één spelen met verplicht achterover
spelen van de derde bal over het net.
-
Eén tegen één spelen. Je begint steeds met de
rug naar het net en de eerste bal wordt achterover naar de tegenstander
gespeeld. Daarna drie keer spelen waarbij de derde bal verplicht achterover
moet worden gespeeld.